Joods Ommen

joodsommen  Joodse Synagoge te OmmenJoods Ommen bestaat niet. Deze stellingname is onjuist, maar misschien niet onbegrijpelijk. Wanneer we nu door Ommen wandelen is er weinig te herleiden naar wat eens Joods Ommen moet zijn geweest. Het is een verleden waar tegenwoordig een steeds kleiner wordende generatie over kan vertellen. Enkel de Israëlitische begraafplaats doet ons in het straatbeeld herinneren aan Joodse aanwezigheid van weleer.

 

De geschiedenis van de Joodse gemeenschap is geworteld in de Ommer samenleving en gaat enkele eeuwen terug. Het verhaal kent echter geen goed einde, maar neemt in het midden van de twintigste eeuw een dramatische wending. De rode draad van het verhaal wordt bloedrood en de bladzijdes worden gitzwart.

Het is juist die Israëlitsche begraafplaats die ons iets laat zien wat er niet is. Wanneer we op de begraafplaats staan zien we opgerichte stenen die ons niet laten vergeten dat de personen die daar zijn begraven eens door de straten van Ommen hebben gelopen en onderdeel uitmaakten van onze samenleving. Een gedeelte van de begraafplaats is ongebruikt. Het is een leegte die gevuld had moeten worden met de grafstenen van leden van de familie Bierman, Cohen, Van Gelder, Van der Hoek, De Levie en Vomberg. Nu staat er enkel een monument om hun namen niet te vergeten, maar zij zijn verdwenen.

 

Nederland had aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ongeveer 8,8 miljoen inwoners. Daarvan werden meer dan honderdduizend Joodse medeburgers weggevoerd, om nooit meer terug te komen. Zouden we het aantal slachtoffers van Joodse medeburgers vertalen naar het Nederland van nu, dan zou dit overeenkomen met het inwoneraantal van de gemeentes Ommen, Hardenberg, Dalfsen, Staphorst, Raalte en Hellendoorn tezamen. Om het aantal Joodse slachtoffers in Nederland te benaderen zouden we dus alle inwoners uit een gebied zo groot als Midden-Overijssel wegvoeren om nooit meer terug te laten keren.

Het ging om mannen en vrouwen. Jong en oud. Zelfs voor kinderen werd geen uitzondering gemaakt. Vooral deze laatsten hadden geen schijn van kans. Van de ongeveer zeventienduizend kinderen die zijn weggevoerd, overleefden slechts honderdvijfentwintig kinderen de verschrikkingen van de vernietigingskampen. Een percentage van nog geen driekwart procent. De herinnering aan kinderen blijft lastig. Ze werden weggerukt nog voordat hun leven goed en wel op verhaal kon komen. Waar we volwassenen kunnen herinneren in hun daden, hebben de meeste kinderen nauwelijks mogelijkheid gehad om geschiedenis te schrijven. Door het dagboek dat ze heeft nagelaten, hebben we Anne Frank leren kennen. Daarmee werd ze de personificatie van de kinderen die slachtoffer zijn geworden van de Jodenvervolging. Het onbedoelde gevolg was dat hierdoor de herinnering aan andere Joodse kinderen voor het grote publiek vervaagde. Ook uit Ommen werden kinderen weggevoerd. Ze speelden op dezelfde straat, ze gingen naar dezelfde school. Ze klommen in dezelfde boom.

 

joodsommen  Gezicht op het KerkpleinHet is niet onwaarschijnlijk dat op 2 oktober 1942 de tienjarige Evalien de Levie nog in Ommen op de Vrijthof of het Kerkplein heeft gespeeld. Misschien wel met haar zusje Johanna. Tien dagen later kwam ze aan op een plek waarvan ze nog nooit van had gehoord, laat staan het bestaan van wist. Haar vader werd uit de rij gehaald en met anderen in een nieuwe, veel kleinere rij gezet. Evalien stond samen met haar zusje bij haar moeder. Bevelen klonken en de rij met mensen zette zich langzaam in beweging. Misschien heeft ze nog eenmaal omgekeken, een laatste keer. Vooruitkijken was voor haar niet meer mogelijk. Het kamp heeft ze nooit echt gezien. Vanuit de trein werd Evalien samen met haar moeder en zusje direct naar het eindpunt gebracht. Voor haar kwam er nooit meer morgen. Het bleef voor Evalien de Levie altijd 12 oktober 1942.

 

joodsommen  Evalien de LevieEvalien kennen we enkel van de herinneringen van buurkinderen die nog over haar en de andere Joodse inwoners van Ommen kunnen vertellen. Ze heeft niet zoals het bekende onderduikmeisje Anne Frank een dagboek nagelaten. Anne schreef op 11 juli 1942 in haar dagboek: ‘Vader, moeder en Margot kunnen nog steeds niet aan het geluid van de Westertorenklok wennen, die om het kwartier zegt hoe laat het is. Ik wel, ik vond het dadelijk fijn en vooral ’s nachts is het zo iets vertrouwds.’ Wanneer Evalien wel een dagboek had nagelaten had ze niet geschreven over de klok van de Westertoren, maar misschien wel over de klokken van de Hervormde Kerk waar ze vanuit hun huis op uit keken. Ze had misschien zoals Anne Frank schreef over haar kastanjeboom geschreven over de lindeboom op het Vrijthof, naast de school: ‘Wij keken naar de blauwe hemel, de kale lindeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden, naar de meeuwen en de andere vogels die in hun scheervlucht wel van zilver leken. Dat alles ontroerde en pakte ons alle twee zo, dat we niet meer konden spreken‘

 

Joodse inwoners, een minderheid, werden weggezet enkel op grond van hun afkomst en geloof. Ze werden ongewenst verklaard. Het is nu zeventig jaar geleden dat de eerste Joodse inwoners vanuit Ommen naar Westerbork werden weggevoerd en werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Zeventig, een getal waaruit een bijbelse symboliek spreekt. Daarom grijpen we dit jaar aan om te herdenken. Nog steeds, omdat het niet mag worden vergeten en omdat we op geen enkele wijze willen dat zich de geschiedenis herhaalt.